In het weiland staat een boerin die water put. Zij laat de emmer in de put zakken, schept er water in en haalt deze weer naar boven. Vervolgens pakt zij de emmer, draait zich om en giet het water in de drinkbak van het kalf.

Doorbraak bij de ontwikkeling van deze fraaie beweging was het onder een hoek plaatsen van het draaivlak tussen boven- en onderlijf van het figuur. Om de spil (S) naar het bovenlijf onzichtbaar te houden viel de keuze op een boerin met lange rok.

Het natuurlijke effect wordt bereikt door geraffineerde combinatie van twee in wezen simpele bewegingen. Zie ook het diagram.

Bij (0) gaat de emmer omhoog tot boven de rand van de put (1), dan neemt de boerin de emmer vrij mee tot bij de drinkbak (2) en giet de emmer leeg (3). Bij (3) draait de boerin met de emmer aan de hand terug tot boven de put (4) waarna deze tot (5) weer in de put zakt. Van (5) tot (6) geeft de boerin een ruk aan het touw, zodat de emmer waterschept. Dit duurt even…en zijn we weer terug bij (0).

De bediening gebeurt vanuit twee nokkenschijven, blauw (B) voor de dwarsbewegingen van de boerin en rood (R) voor het naar beneden brengen van de emmer. Let op de “deuk” in de B-schijf (506) die zorgt voor de ruk aan het touw. Beide schijven worden aangedreven door een electromotor met vertraging zodanig dat een omwenteling de hele cylcus (10 seconden) afwikkelt.

De emmer (aker) komt op natuurlijke wijze naar boven door het contragewicht (C) van de “akerboom”. De overbrenging van de bewegingen van de schijven gebeurt met hefbomen die om eenscharnierpunt draaien en met een trekveer tegen de schijven worden gehouden.  Een van de armen trekt aan een nylon draad die een halve slag maakt rondom de spil (S) naar het bovenlijf van de boerin. Een en ander wordt duidelijker bij het zien van de foto’s.